Sheleg - Voorbeeldpagina's

Analyse van het Strader hoofdapparaat van Rudolf Steiner als bijdrage aan een toekomstige ethertechnologie

Publicatie - Sheleg   Titel : Sheleg
  Auteur : Munin Nederlander
  ISBN : 9789080089310
  Uitgever : Stichting Warmtegroep
  Aantal Pagina's : 155
  Uitgegeven in : 1992
  Voorbeeldpagina's : Bekijk Voorbeeldpagina's
  Koop Exemplaar : Via Webshop

Deel I

Analyse van het Strader-hoofdapparaat van Rudolf Steiner
als bijdrage aan een toekomstige ethertechnologie

MUNIN NEDERLANDER

Omslag en illustraties: Munin Nederlander, tenzij anders vermeld.

CIP-Gegevens Koninklijke Bibliotheek Den Haag.

Trefwoorden: esoterie, antroposofie, mechanisch occultisme, energie.

Copyright ® 1992. Stichting Warmtegroep.

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

All rights reserved. No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted, in any farm or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the prior written permission of the publisher.

ISBN 90-800893-1-1

Dit boek draag ik op aan mijn eerste vrouw Alja Wormgoor-Werz †.

De volgende personen die hebben bijgedragen aan de totstandkoming van dit boek wil ik hierbij hartelijk danken:

Wim Leys

redaktie, korrekties en materiaaltoelevering

Saahabi Leenheer

tekstverwerking

Ashara Crauwels

computerassistentie

Anja van Vliet

korrekties

Hans van de Willigen

korrekties

Jan-Kees IJspeert

korrekties

Robert Herold

materiaaltoelevering

Donateurs, die mede door hun financiële bijdragen deze publikatie mogelijk maakten. De Anthroposophische bibliotheek te Den Haag, waarvan ik regelmatig gebruik heb gemaakt t.b.v. veel van het benodigde literatuuronderzoek.

INHOUD

 

Voorwoord

I

 

Inleiding

1

I.

De vier Strader-toneelattributen. Het archiefmateriaal

Drie voorstudies van die attributen van Steiner uit 1912. Schetsen van die attributen - naar ontwerp van Steiner en volgens aanvankelijke (dummy)-bouw ervan - van Oscar Schmiedel en Hans Kühn, met verklarende tekst.
Enkele opmerkingen.

7

II.

De vier Strader-toneelattributen. Tekeningen in het net

  • Serie 1: de voorstudies uit 1912, plus beschrijving.
  • Serie 2: het Strader-hoofdapparaat (attribuut), plus beschrijving en vermelding van de gebruikte materialen bij de bouw ervan.
  • Serie 3: het eerste Strader-nevenapparaat, wederom met beschrijving en vermelding van de gebruikte materialen bij de bouw ervan.
  • Serie 4: het tweede Strader-nevenapparaat, wederom met beschrijving en vermelding van de gebruikte materialen bij de bouw ervan.
  • Serie 5: het derde Strader-nevenapparaat, wederom met beschrijving en vermelding van de gebruikte materialen bij de bouw ervan.

Opmerkingen over de maten van de apparaten (attributen) en de gebruikte materialen. De halve bol (schaal) van het Strader-hoofdapparaat die uit twee metalen is vervaardigd en waarvan het ene metaal in 1913 niet bekend was, mijns inziens Hafnium. De plaats van de gebruikte elementen, inkl. Hafnium, in het Periodiek Systeem der elementen in lemmiskaatopstelling.

23

 

Het Strader-Dokument

 

III.

Het Strader-hoofdapparaat en zijn inverse. Voorstudie I

Beschrijving en afbeelding van Steiners zgn. Zevende Zegelbeeld, zijn ontwerp van het Hemelse Jeruzalem uit 1908. Dat ontwerp als deel van de zogeheten Steen der Openbaring, een deel dat eertijds werd afgebeeld in de vorm van een Gesloten Boek. Het Strader-hoofdapparaat en Steiners Hemelse Jeruzalemontwerp als elkaars inverse -volgens de hantering van een 'zesvoudige inversesleutel', door Steiner geïntroduceerd in GA 264. Beschrijving van die inversesleutel(s), o.m. aan de hand van Steiners lezingencyclus over de vierde dimensie van 17/5 tot 7/6 1905 in Berlijn, manuscriptdruk. De vierdimensionale kubus of achtcel. Twee-assenkruis en vierkant, drie-assenkruis en kubus, vier-assenkruis en achtcel in relatie tot beweging en trilling -door stuwing in de bovenzinnelijke wereld ontstaan. De vierde dimensie in Steiners "Zweiter Naturwissenschaftlicher Kurs". Warmte en licht als meerdimensionale fenomenen, gerelateerd aan beweging en trilling. Het kristal als vervanging van het Perpetuum Mobile.

33

IV.

Het Strader-hoofdapparaat en zijn inverse. Voorstudie II

Beschrijving van het inversekarakter van punt en periferie, waarbij de periferie een tweedimensionale schijf, een driedimensionale bol en een vierdimensionale superbol of hypersfeer kan zijn. Bol en hypersfeer weergegeven volgens helderziende waarnemingen, waarbij de hypersfeer verschijnt in de vorm van twee bollen in lemniskaatopstelling, waarvan de bovenste bol het negatief is van de onderste, terwijl beide bollen door een derde bol worden omhuld.
Bol en hypersfeer weergegeven volgens reguliere projektiemethode. Beide weergaven, maar vooral de eerste, in verband gebracht met het onderste deel, m.n. het slangensysteem, van Steiners Hemelse Jeruzalen-ontwerp. Toevoeging van de centrale kubus - als inverse van het drie-assenkruis - in genoemd slangensysteem.
Het centrale cirkeltje in die kubus, het TAO-dauwprincipe. Het TAO-kruis, het Rozenkruis, het drie-assenkruis en de dauwdruppel als Roos.

49

V.

Het Strader-hoofdapparaat en zijn inverse. Analyse

Nogmaals: het Strader-hoofdapparaat en Steiners Hemelse Jeruzalem-ontwerp als elkaars inverse. M.n. van het eerste, het gehele apparaat, uitgezonderd de apart staande of aan een muur bevestigde koperschaal, en van het andere het onderste gedeelte - het slangensysteem met toebehoren.
Bol en vooral hypersfeer nogmaals gerelateerd aan dat onderste ontwerpgedeelte, dat slangensysteem met toebehoren. En dit nu zowel op basis van de hypersfeer 'in helderziende projektie', als in 'reguliere mathematische projektie'. In het laatste geval verschijnt de centrale kubus als een vierdimensionale kubus, een achtcel, althans op het eerste gezicht. In feite verschijnt die kubus in zijn isoietrische projektie, als dat wat in de Griekse Gnosis als vierdimensionale kubus werd opgevat, de zogeheten metakubus of het zogeheten hexagram. Verwijzing naar deel II van deze studie.

  • Het drie-assenkruis van het Strader-hoofdapparaat en de kubus van Steiners Hemelse Jeruzalem-ontwerp als elkaars inverse.
  • De spiraal rond de diepte-as van dat apparaat en het centrale cirkeltje in die kubus van dat ontwerp als elkaars inverse.
  • De verschillende vaststaande en losstaande halve bollen en het uraniumhoorntje van dat apparaat en enkele fundamentele halve sferen van 'de hypersfeer in helderziende projektie', resp. het slangensysteem van dat apparaat, als elkaars inverse.
  • De apart staande of aan een muur bevestigde koperschaal van dat apparaat en het bovenste deel van Steiners Hemelse Jeruzalem-ontwerp als elkaars inverse (volgens een aparte inversesleutel) nogmaals over de Griekse metakubus als vierdimensionale kubus.

61

VI.

Parallelle voorstellingen van de inverse van het Strader-hoofdapparaat

Het Hemelse Jeruzalem als 's werelds ultieme utopie. De weg van de bijbel als weg 'van Hof naar Stad' als weg die begint met een tuinutopie, de Hof van Eden, en eindigt met een stadsutopie, het Hemelse Jeruzalem.
Tussenbeschouwing over het Griekse en het Joodse alphabet, de Griekse Gematria en de Joodse Kabbala, en de met name Grieks-Gematrische termen (slogans) die de beeldelementen van de bijbelse utopieën aanduiden en 'getalsmatig' karakteriseren. Deze beschouwing in verband gebracht met de zogeheten zeven wereldgeheimen, m.n. het geheim van het getal en het geheim van het woord.
De Levensboom in de Paradijsutopie en in de utopie van het Hemelse Jeruzalem. De overige utopieën op de bijbelse weg van Hof naar Stad: Het Aardse Jeruzalem, als voorafschaduwing van het Hemelse en zoals door God bedoeld, deze utopie in samenhang met de zogeheten Tempellegende der Vrijmetselaars; het Luciferische aardse Jeruzalem; het Verdorven Babylon.
Deze utopieën samen met de Paradijsutopie en de Hemelse Jeruzalemutopie in verband gebracht met specifieke kaarten van de kleine en grote Arcana van de Tarot en met andere (middeleeuwse) voorstellingen. En dit als volgt:
De Hemelse Jeruzalemutopie - Steiners Zevende Zegelbeeld.
De Paradijsutopie - Middeleeuwse Levensboomvoorstelling, Kabbalaboomvoorstelling.
De Aardse Jeruzalemutopie - het kleine Arcanum Bokalen 2.
De Luciferische Jeruzalenutopie - het grote Arcanum De Geliefden.
De Verdorven Babylonutopie van Ahriman - het grote Arcanum De Duivel.
De elementen van deze utopieën in gematrisch bestek met elkaar vergeleken. Deze utopieën als de inversen van respektievelijk:
Het Strader-hoofdapparaat. Het Atlantische energieproces (hiermee sluit dit hoofdstuk). Het zeilboot- en witte steenkoolprincipe. Het brandglasprincipe en de kernreaktor.

101

VOORWOORD

De Warmtegroep is een groep die tot doel heeft een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van een alternatieve energietechniek, zowel theoretisch-natuurkundig (wat vooral de afgelopen jaren werd nagestreefd), als praktisch/technisch (wat de komende jaren zal worden nagestreefd).

De groep is opgericht in 1984 en heeft sinds 1991 de Stichtingsvorm. De kerngroep komt maandelijks bij elkaar en bestaat bij het ter perse gaan van deze publikatie uit vijf personen: Munin Nederlander (voorzitter), Wim Leys (secretaris), Dick van Vliet (penningmeester), Victor de Vries en Jan van Gils.* De groep is geassocieerd met specialisten uit verschillende disciplines: J.K. IJspeert (natuurkunde, computerprogrammering), J. Hellingman (computerprogrammering), P. Akkerman (wiskunde), J.C. Gerwig (optiektechniek) en G. de Jager (instrumentenbouw).

Er is de laatste decennia een steeds toenemende belangstelling voor de ontwikkeling van alternatieve energietechniek. De meeste bijdragen die hierin geleverd worden vallen uiteen in enerzijds windmolen-, zonne- en witte steenkoolenergie en anderzijds elektrostatische converters. Vooral de uitvinders in deze laatste categorie zoeken uitbreiding van de gangbare natuurkunde en techniek in de richting van de "ether", en wat zij noemen "vrije energie".

De leden van de Warmtegroep volgen de verrichtingen van deze uitvinders met belangstelling, en zijn ook in dit kader in de loop van de jaren af en toe naar buiten getreden met voordrachten. Ondergetekende hield twee voordrachten op twee van de jaarlijkse NET congressen te Rotterdam, georganiseerd door de Stichting Cosmische Energie, en twee voordrachten in de Verenigde Staten van Amerika, in 1987 en 1990, op het le en 3e "International Keely Symposium". Voor een meer esoterisch georiënteerd gehoor hield Munin Nederlander twee voordrachten in Schiedam, ten huize van de "Stichting Mikaal", in 1991 en 1992. Twee leden van de Stichting bezochten ook het congres te Hamburg van de "Deutsche Verein für Schwerkraft-Feldenergie" in 1985, waar een tiental "elektro-converters" tentoongesteld werd, o.a. van Prof. Tewari uit India. In 1989 bezocht ondergetekende het le SAFE Congres te Einsiedeln, Zwitserland (SAFE: Schweizerische Arbeitsgemeinschaft für Freie Energie).

De Warmtegroep laat de ontwikkeling van een "vrije energietechnologie" op basis van elektromagnetisme en elektrostatica graag over aan de vele op dit terrein zeer kundige onderzoekers en uitvinders, zoals P. Baumann, Dr. Nieper, Prof. Marinov, Prof. Laithwaite, Dr. Tewari en anderen.

De leden van de Warmtegroep zoeken een "vrije energietechnologie" te ontwikkelen op basis van een uitbreiding van de Natuurkunde in de richting van de ether, en op basis van bestudering en harmonisering van bepaalde door de natuur en de kosmos aangereikte ritmeprocessen. Een dergelijke natuurkunde moet zich baseren op de Geesteswetenschap, want deze erkent de ether als natuurkundig fenomeen. Vooral de kennis van Rudolf Steiner hierover vormt het uitgangspunt voor de Warmtegroep. In het centrum van Steiners uitspraken over de (toekomstige) ethertechniek staat het zgn. "Strader-apparaat". Men kan gerust stellen dat - bijna 90 jaar na zijn introduktie - dit apparaat nog steeds een onopgelost raadsel is. Munin Nederlander heeft de oplossing van dit raadsel als één van zijn levenstaken beschouwd, en zijn jarenlange intensieve arbeid heeft geresulteerd in deze publikatie in 1992. Kennelijk staat dit jaar in het teken van het Strader-apparaat en het "Technisch Occultisme", want de Anthroposophische werkgroep "Anthro-Tech" besloot in 1992 een eerste internationaal symposium hierover te houden in Zwitserland. Toen de datum voor dit symposium bekend werd, 25-26-27 september, besloot de Warmtegroep de publikatie van het werk van Munin Nederlander dan ook vóór die datum gereed te hebben, teneinde het te presenteren op deze unieke bijeenkomst, waar onderzoekers uit vele landen samenkomen. Dankzij het voortreffelijke en professionele werk van Saahabi Leenheer, die het handgeschreven manuscript in de zomermaanden in WP5.1 drukrijp maakte, is deze opzet geslaagd. Dat wil zeggen voor wat betreft het eerste van de twee delen.

Oorspronkelijk was het de bedoeling dat het hele werk in september gereed zou zijn, maar door de plotselinge dood van de vrouw van Munin Nederlander, kon dit niet gerealiseerd worden. Besloten werd toen om het werk in twee delen uit te geven. Onder andere in zijn derde natuurwetenschappelijke kursus (GA 323) wijst Steiner erop dat de zogenaamde "specialismen" in het wetenschappelijk onderzoek hun langste tijd gehad hebben. De natuurkunde zal steeds meer "interdisciplinair" en "multidisciplinair" (moeten) worden.

Het onderhavige werk van Munin Nederlander is geheel hiermee in overeenstemming. De Auteur werpt licht op het "Strader-apparaat" door in dit deel het hoofdattribuut ervan te duiden als de inverse van Rudolf Steiners zogeheten Zevende Zegelbeeld, de utopie van het Hemelse Jeruzalem. Deze utopie wordt vervolgens weer belicht door hem met andere toonaangevende utopieën te vergelijken, wat anderszins weer opheldering verschaft over het genoemde hoofdattribuut. In het volgende deel behandelt hij de overige attributen van het "Strader-apparaat" op soortgelijke wijze. Met het een en ander blijken deelstudies en onderzoek annex uit onder meer de mathematiek, de Griekse Gematria en de kalenderkunde. (Dit laatste met name in deel II.) Beide delen bestaan daarom uit meerdere "dokumenten". Dat wil zeggen dat sommige hoofdstukken zijn samengevoegd tot één "dokument". Voor dit eerste deel betreft dat de hoofdstukken III t/m VI. Zij vormen "Het Strader-Dokument". Voor het volgende deel betreft dat het bundelen der volgende hoofdstukken in vier dokumenten: "Het Sheleg-Dokument", "Het Hexagrammen-Dokument", "Het Strader-Dokument -vervolg" en "Het Kalenderkunde-Dokument".

Deel I en II mogen niet als los van elkaar staande delen worden gezien, daar deel II het vervolg is op deel I. De Warmtegroep zal een lijst bijhouden van allen die deel I aanschaffen, en hen te zijner tijd schriftelijk op de hoogte stellen van het verschijnen van deel II.

Tenslotte zij nog vermeld dat de auteur veel waarde hecht aan het juist verwijzen naar zijn bronnen. Aan het eind van ieder hoofdstuk treft u de noten en referenties aan van dat betreffende hoofdstuk.

Wim Leys
Den Haag, 24 augustus 1992

INLEIDING

Deze studie, een studie in het kader van "De Warmtegroep" in het Voorwoord genoemd en besproken, wil een bijdrage leveren aan het fenomologisch beschrijven en duiden van de zogenaamde Strader-toneelattributen, kortweg aangeduid als "het Strader-apparaat". Dat apparaat bestaat uit vier 'modellen van mechanismen', vier eigenaardige objekten van metaal en glas, één hoofdobjekt en drie nevenobjekten, waarvan de originelen niet meer voorhanden zijn (naar verluidt), maar waarvan (later) dummies zijn gemaakt.
R. Steiner ontwierp het viervoudige apparaat ten behoeve van de vierde akte van zijn derde mysteriedrama, "De Wachter op de Drempel". In die akte wordt onder meer uitdrukking gegeven aan het streven van een natuurkundige, dr. Strader, om te komen tot het bouwen van wat we heden een etherconverter zouden noemen. Kort iets over converters.
Een converter is een open energiesysteem dat funktioneert door het harmoniseren van trillingen. Door de inbreng van een kleine trilling of een enkele aanzetbeweging in een geschikt apparaat, worden op basis van resonantie uit de open wereldruimte grote, krachtige trillingen opgevangen/aangezogen, zó dat de kleine trilling ("zich als vanzelf") versterkt (om via een transformator als vermogen te worden aangewend voor een of ander industrieel of huishoudelijk doel).

Wanneer de trillingen bestaan uit (statische) electromagnetische golven, is er sprake van een (statische) electromagnetische converter. Wanneer ze bestaan uit lichtgolven, is er sprake van een lichtconverter. Wanneer ze bestaan uit geluidsgolven, is er sprake van een geluidsconverter. Wanneer ze bestaan uit ethergolven, is er sprake van een etherconverter.
De (statische) electromagnetische convertertechniek is heden de kinderschoenen ontgroeid. Men kan over haar en haar geschiedenis lezen in H.A. Nieper: "Revolution in Technik, Medizin, Gesellschaft". Het grondprincipe van die techniek berust op een uitbouw van de 19e-eeuwse electriseermachine, en zekere principes van Faraday. Een eigentijdse, buitengewoon fraaie (statisch) electrische converter, Testadistatika geheten, funktioneert heden in Lindon, Zwitserland, in meervoud gebouwd door P. Baumann, de leider van de zogeheten Methernithakormmune. Hierover kan men lezen in Stefan Marinov: "The thorny way of truth V".

Zeer geheimzinnige en heden nog geheel niet begrepen ether- en geluidconverters -waar in okkulte kringen vaak naar wordt gewezen, zo ook door H.P. Blavatsky en R. Steiner - werden aan het einde van de 19e eeuw in Philadelphia, V.S. gebouwd door J.W. Keely. Hierover kan men lezen in Egerton Sykes: "The Keely Mystery". Beklemtoond moet worden dat het nog onderwerp van onderzoek is of, en eventueel hoe, de met name statisch-electrische converters qua bouw en funktioneren samenhangen met de etherconverters van Keely.
En met extra nadruk moet worden beklemtoond dat dit nog sterker het geval is met betrekking tot het Strader-apparaat - als mogelijk voorontwerp van zo'n etherconverter: Dat apparaat bezit, in tegenstelling tot de converters van Keely (en alle andere bekende converters) vrijwel geen bewegende delen (geen transformatordeel) dat tot vermogen voert.

Deze constatering, waarop in deze studie uiteraard verder wordt ingegaan, voert ons terug naar ons uitgangspunt: R. Steiners bijdrage aan de bouw van een (bepaald prototype) etherconverter.
Deze bijdrage staat niet op zichzelf, maar moet logischerwijs, worden geplaatst in de kontekst van de vele inlichtingen die hij in lezingverband over een toekomstige okkulte techniek heeft gegeven.
Hierover het volgende:

In zijn eerdergenoemde derde mysteriedrama (vierde akte), "De Wachter op de Drempel" en in ca. 10 lezingencycli introduceerde Steiner, in het kader van de Westerse geesteswetenschap, het thema dat er zich in de nabije en verderweg liggende toekomst, uit de huidige techniek, medica en genetica zullen ontwikkelen:

1. Een okkulte techniek, een convertertechniek (in Engeland en Amerika).
2. Een okkulte medica (in Midden-Europa) en
3. Een okkulte eugenetiek (in Rusland en Azië).

Dit bij voorkeur onder het beding van rechtvaardige sociale verhoudingen, verhoudingen die zich kenmerken door:

a. geestelijke vrijheid voor ieder mens,
b. een gelijke rechtspositie voor ieder mens, en
c. een broederschappelijke verdeling van de levensmiddelen (onderdak, warmte, kleding, voedsel) onder de mensen.

Sociale verhoudingen met deze kenmerken preciseren de idealen van Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap van de Franse Revolutie, en geleden de samenleving in een spiritueel, een rechtspositioneel en materieel vlak. Deze verhoudingen heten dan ook de verhoudingen van de Sociale Driegeleding.
Onrechtvaardige sociale verhoudingen zullen de komst van een okkulte techniek, medica en eugenetiek geenszins verhinderen, ze zullen ze corrumperen. Tegen de hoop van R. Steiner in heeft zich de door hem geopperde Sociale Driegeleding nergens verwerkelijkt (noch tijdens zijn optreden in de eerste decennia van de 20e eeuw, noch in de jaren daarna). Daarbij gebiedt de realiteit van de huidige sociale situatie (in het laatste decennium van de 20e eeuw) tot de constatering dat die realisatie, in de zin van de geesteswetenschap, ook niet alsnog op korte of middellange termijn is te verwachten.

In ieder geval is het voor de huidige tijd verwachte samenwerkingsverband tussen de zogeheten Platonische en Aristotelische zielen, waaruit zo'n realisatie alsnog had kunnen (moeten) voortvloeien, - een verband door Steiner geschetst in zijn lezingencycli "Esoterische Betrachtungen Karmischer Zusammenhange", dl 2 t/m 6 -, geenszins een feit geworden. Genoemde constatering heeft iets beklemmends ten opzichte van de volgende overwegingen:

1.

Steiner meende dat de Geestelijke Wereld het op aarde pas zou laten komen tot met name de uitvindingen die een ongecorrumpeerde, in principe mensheidsdienende okkulte techniek mogelijk maken, als ten minste op aarde één volk de Sociale Driegeleding heeft ingevoerd. Kennelijk is zo'n ongecorrumpeerde, in principe mensheidsdienende okkulte techniek, in het raam van onrechtvaardige sociale verhoudingen, even gevaarlijk als, of nog gevaarlijker dan, een gecorrumpeerde. (Welks komst, zoals gezegd, zeker is en welks domineren gevreesd moet worden, als zich daarnaast geen ongecorrumpeerde okkulte techniek kan en mag ontwikkelen.)

2.

Van de huidige (industriële) techniek dient, zodra zich daartoe een mogelijkheid aanbiedt, te worden afgezien, vanwege de enorme en veelsoortige milieuschade die zij aanricht. Deze overweging spreekt heden ten dage voor zich en behoeft geen toelichting meer.

Een en ander bevat de paradox dat een mogelijk te misbruiken mensheidsdienende okkulte techniek, - en natuurlijk evenzeer een mensheidsdienende okkulte medica en eugenetiek (die uiteraard ook misbruikt kunnen worden) -, meer nodig zijn dan ooit, terwijl de sociale voorwaarde daartoe die misbruik uitsluit, - de invoering van de Sociale Driegeleding door enig volk -, buiten onze macht blijkt te liggen, en dus verder weg lijkt dan ooit.

Wat nu te doen?
Zullen we tóch voor morgen proberen een ongecorrumpeerde okkulte techniek (medica en eugenetiek) te ontwikkelen, door bijvoorbeeld (onder meer) Steiners Strader-apparaat te duiden?
Een keus met risico van misbruik van die in principe "goede" techniek! Of zullen we afwachten tot het buiten ons om komt tot een gecorrumpeerde okkulte techniek zoals bijvoorbeeld een verdere, eventueel drempeloverschrijdende, uitbouw van de kerntechniek en de introduktie van nieuwe, geavanceerde electrotechniek, met bijbehorende milieuvervuiling door kernstraling en door een overdaad van electrovelden in de atmosfeer? Een kwade, en ook een passieve keus!

We kiezen voor het eerste en gaan over tot (onder meer) het beschrijven en duiden van Steiners Strader-apparaat. Hierbij zal - opmerkelijk genoeg - blijken dat het probleem van het gebrek aan de presentie van een Sociale Driegeleding in enige samenleving zich in zekere zin oplost.
De noodzaak tot die Driegeleding zal tot op zekere hoogte blijken weg te vallen. Genoemd duiden en beschrijven zal geschieden tegenover al het in deze Inleiding naar voren gebrachte (a), tegenover allerlei verdere karakteriseringen van Steiner over een okkulte techniek, medica en eugenetiek, die in de lopende tekst zullen worden vermeld (b), en tegenover het thema dat in Atlantis reeds op een bepaalde wijze een okkulte techniek, medica en eugenetiek hebben bestaan (c).
In het navolgende, het eerste Hoofdstuk, zullen de vier Strader-toneelattributen worden geïntroduceerd.

*

Heden bezit de Warmtegroep een andere samenstelling.

[...] Einde voorbeeldpagina's [...]