ZEKER - Voorbeeldpagina's

Gedichten van Munin Nederlander

Publicatie - Zeker   Titel : Zeker
  Auteur : Munin Nederlander
  ISBN : 9789065560278
  Uitgever : Uitgeverij Schors V.O.F.
  Aantal Pagina's : 120
  Uitgegeven in : 1993
  Voorbeeldpagina's : Bekijk Voorbeeldpagina's
  Koop Exemplaar : Via Webshop

Uitgeverij De Ster Breda

Illustraties: Munin Nederlander, tenzij anders vermeld.
Muziek: Frans Smit.

CIP-gegevens Koninklijke Bibliotheek Den Haag.

Copyright© 1993

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

All rights reserved. No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted, in any other form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the prior written permission of the publisher.

ISBN 9065560270

Deze uitgave kwam tot stand met behulp van de volgende personen en instellingen:
Financiering: De leden van de financienngskring van de Stichting Dichtdoor en van het Assurantie- en financieringskantoor J.N. Wink en Zn.
Korrektie: Hans v.d. Willigen, Anja v. Vliet,
Public Relations: Alja Wormgoor-Werz (†), Wim Leys, Paul Wink.
Zetwerk: Saahabi Leenheer, Bente Tielkemeyer.

Gedrukt in een oplage van 500 exemplaren, waarvan de eerste 100 genummerd en de eerste 40 genummerd en gesigneerd.

VOORWOORD

Deze bundel is de opvolger van de gedichtenbindel DIT, Hilarion, Nijmegen, 1982. De hier bijeengebrachte gedichten schreef ik tussen 1982-1992. Ze zijn niet in volgorde van ontstaan gerangschikt, maar geordend in deelbundels die elkaar aanvullen. Bij enkele van de vijftien deelbundels is een pagina aantekeningen gevoegd. De vier deelbundels die elk uit één lang episch gedicht bestaan, zijn van een korte introduktie voorzien. De bundel bevat illustraties en enkele pagina's muziek bij een paar verzen uit de laatste deel bundel.
De deelbundel KITESJ verscheen eerder in: KITESJ EN DE RUSSISCHE GRAALLEGENDEN, De Ster, Breda, 1988, een geestes-wetenschappelijke studie van mijn hand over het Russische Graal-christendom, waarvan W.J. Belski's lange vertaalde gedicht 'Kitezj' - als zijnde een vervolg op de zogenaamde Kerkslavische Kitesj-legende - een eigentijds aspekt vormt.
Een woord van oprechte dank aan allen die in de colofon worden genoemd.
In het bijzonder dank ik mijn heengegane vrouw Alja Wormgoor-Werz, die mij in alles altijd trouw terzijde stond. Zonder de arbeid en de financiële ondersteuning van mijn vrienden en verwanten zou deze publikatie niet tot stand zijn gekomen.

Munin Nederlander

INHOUD

VOORWOORD

7

Eric van Os

55

 
   

Martin van Bemmelen

56

 

INHOUD

9

Tom Tillemans

57

 
   

Lydia van der Meulen-Smit

58

 

Toeeigeningsvers

15

Jelle van der Meulen (eersteversie)

59

 
   

Jelle van der Meulen (tweede versie)

60

 

NATUUR

17

Michiel Strategier

61

 
   

J.E.

62

 

Het eeuwig vrouwelijke in de natuur

19

H.V.

63

 

Herfst

21

N.N.

64

 

Winter

23

Grafschrift N.

65

 

Voorjaar

25

Wensspiegel voor kinderen

67

 

Zomer

26

   De wens van Anneke

   

Pruimeboompje

27

   De wens van Kees (eerste versie)

   

Bromvlieg

29

   De wens van Kees (tweede versie)

   

Muis

31

   De wens van Margreet

   

Slak

33

   De wens van Anton

   

Jonas I

34

   De wens van Anke

   

Jonas II

35

   De wens van Joris

   

Barricade

37

     

Ofim

39

VOOR DE HELIAND

73

 

- Aantekeningen

41

     
   

Dwergenbochel

75

 

DE VRIENDEN

43

Liliputter

76

 
   

Vraatzuchtige

78

 

Alja Wormgoor-Werz I

45

Lijdster aan anorexia nervosa

79

 

Alja Wormgoor-Werz II

46

Reus

82

 

Adrie Wormgoor-Bouter

47

Smetvreeslijder

83

 

Gerrit Wormgoor

48

Dompteur

84

 

Hannie Wormgoor

49

Eunuch

85

 

Henno Wormgoor

50

Hartstilstand

86

 

Ab Straatman

51

Kastanje

87

 

Robert Herold

52

Dief

88

 

John Brugman I

53

     

John Brugman II

53

     

Frans Smit

54

     
         

De droom van M.

89

Eenzaamheid

141

 

Tbc-patiënt

91

Gebed

142

 

Blik

92

Faun

143

 

Dood

93

Bezoek

145

 

- Aantekeningen

95

Gnom

147

 
   

Mannequin I

148

 

BIOGRAFIE

97

Magie parerend

149

 
   

Affichebedrog

151

 

Ter attentie van Eelce Vrient

99

N.'s klacht

152

 

Totaal

100

Bruid

153

 

Mondjesmaat

101

Foto

154

 

Science Promoting

103

Strategie

155

 

Magie

105

     

Reïnkarnatie I

107

GOED

159

 

Seppoekoe

108

     

Aken

109

Parfait

161

 

Reykjavik (Rookbaai)

110

De oproep van het L.R. - september 1972; in het hart der nacht

163

 

Huwelijk

111

 

Geharnast

112

 

Hoogtevrees

113

Puur

164

 

Grafschrift

114

     

Reïnkarnatie II

115

HET LIED VAN HEER HALEWIJN

167

 

Rusland 2550 AD

117

     

Oost-West-Midden

118

- Inleiding

169

 

Motto

119

Grondtekst en transkriptie

170

 

Het is

120

- Tekstverklaring

181

 
         

KWAAD EN GOED

123

SIR GAWAN EN LADY RAGNELL

183

 
         

KWAAD

125

- Inleiding

185

 
   

Gedicht

187

 

Storm

127

- Tekstverklaring en Aantekening

203

 

Mariene

128

     

Diva

129

ANDROGYN

205

 

Zomerpark

131

     

Mutatie

134

Ontmoeting I

207

 

Schaduwtechniek

135

     

Sprinkhaan

137

     

Dwergennacht

139

     

Van kwaad tot erger

140

     
         

Woord om Woord

209

Meester

257

 

Voortijd I

211

Slechtvalkengel

258

 

Voortijd II

213

Dwarsligger

259

 

Voortijd III

215

Coach

261

 

Ontmoeting II

216

     

Toetsing

217

KITESJ

263

 

Standbeeld

219

     

Afscheid

220

a. Voorwoord bij de Kerkslavische versie van de Kitesjlegende

267

 

Treurlied

221

 

Onmogelijk

223

b. De vertaalde prozatekst van die legende (HET BOEK)

269

 

Bij voorbaat

224

 

Hart (vertaling van een gedicht van Christian Morgenstern)

225

a.b. Voorwoorden bij de versie van W.J. Belski van die legende

285

c. De vertaalde poëzietekst ervan, Bélski's gedicht, Akte I, II, III, IV

289

Conjunct

227

 

Geheel en ten dele

229

Kitesj; Voorschouw

387

 

Androgyn I

230

Dick's droom over Kitesj (22/23 april 1988)

389

 

Androgyn II

231

 

Androgyn III

232

     

Sopraan-tenor

233

EUGENETIEK

393

 

Ballet

234

     

Tekst

235

Verschil

395

 
   

Moeder

397

 

SPARRINGPARTNER

237

Eugenetiek I

398

 
   

Eugenetiek II

399

 

BEELD VAN LICHT

239

Evocatie

400

 
         

Spiegel

241

TERUGBLIK

403

 

Mariaplein

242

     

Zij (vrij naar een vers van Rumi)

243

Oefening

405

 

Schutsgeest

245

Littekens

406

 

Statue

247

Verkering

407

 

List

248

     
         

BEELD VAN VUUR

251

OBELISK

467

 
         

Mes

253

De Verloren Zoon

469

 

Gebed

255

Kerstmis

470

 

Schaduw

256

Pasen

471

 
   

Gids

472

 

TECHNIEK

409

Verjaardag

473

 
   

Christus' Wederkomst

475

 

De crypt van sneeuw oftewel de Shelegcrypt (citaat)

411

2528 AD

479

 

Christus

480

 

Microcosmos

415

Gebed

481

 

Fragment (vertaling/transkriptie van een gedichtfragment van Johannes von Guenther)

416

     

MUZIEK

485

 
     

Kitesj' herrijzenis (slotvers)

505

 

Tempel

418

Kitesj' herrijzenis (slotvers)

505

 

Ransom

419

     

Hemelvaart

420

     

De Shelegcrypt

421

     

Alètheia

423

     

De arbeid die Eros adelt voor Psyché

424

     

Het lijden van Psyche voor Eros

426

     

De droom van Wim Leys, begin november 1985

431

     
     

- Aantekeningen

433

     
         

HET DROOMLIED VAN OLAF

435

     

ASTESON

       
         

- Inleiding

437

     

Gedicht I, II, III, IV, V, VI.

457

     

J.CH.

457

     
         

DOMINICAAN EN MOOR

459

     
         

Antroposofen

461

     

Evolutie I (transkriptie van een gedicht van Christian Morgenstern)

462

     
     
     

Evolutie II (transkriptie van een tekst van Rumi)

464

     
     

GEDICHTEN

De wereld van schijn

Toeegenigsvers

Dit is de wereld van schijn
waarop wij te gast zijn
en voort moeten, tot we
begrijpen dat lust en verdriet
er niets meer toe doen,
omdat we roerloos zijn
geworden en van niemand
gescheiden in het gevoel.

BROMVLIEG

Ik ben de zoemer Brom,
kriskrasse ééndagvlieger,
zwart,
de Artapappa onder vliegen.

De mensen zeggen: - Bah,
alweer zo'n viezerd.
Ze trachten me te vangen als
ik om te smullen poep
verwissel voor hun snoep -.

Maar ik ben handiger dan zij:
Wanneer ze meppen, vlieg ik
absoluut niet van ze weg, -
maar naar ze toe.

Een tik! Mis!
Ik schrik niet eens,
herstel me vliegensvlug
voor een herhalingsexercitie;

ik, simpel parasiet,
slechts vlieger van beroep,
vertrouw op m'n geluk.

J.E.

Satansdag kwam ik tot zelfkennis,
zwarter dan heiligschennis:

In het Vesuviusvuur van mijn schuimende buik
huist de zwarte trompetkever
Amrachar:
Eén meter lang,
één meter breed,
één meter hevig onkuis.

Toen hij vernam, dat ik zag
hoe intens hij er was,
hield hij meer dan een beest in mij huis.

Ruim een uur per minuut
moest ik toen met hem leven,
decennia lang. Gekoppeld en bang.

Op den duur vond ik rust,
had geluk en betrad op de wijze die mij,
enkel mij, op het lijf staat geschreven,
de weg van de Roos en het Kruis.

Ik versliep misschien niet
mijn Bevrijdingsdag,
waarop God mij het Kwaad heeft vergeven.

N.N. (†)

God liet mij leven, zo zonder maat,
dat ik vandaag over tachtig jaar heen groei.

Eerst werd ik oud, toen moe, toen dwaas.

Zachter dan suiker vocht zoet maakt
lijkt nu mijn huid te ontrimpelen.

Maan vult mijn maag.
Zon goudt mijn borst. Wat een ochtend!

Vol van het feest der vlinderen
voel ik mij langzaam verkinderen.

SEPPOEKOE

Ritueel kerf ik mijn buik.
De ochtend juicht
nu iedere avond is vergeten.
Het zelfmoordmes geneest.
Naar dit uur heb ik toegeleefd.

Geen geluid.
De tatami en 't witte kleed
lagen een leven lang gereed.
Het Joshitómozwaard
hijgt in zijn nauwe schede.

Ik hoor de bloemen breken.
En de rijst.
Er gaat niets fout.
Mijn secondant is té bedreven.

Hij krijgt mijn laatste woord:
- Verlos me van de pijn,
niet voor de tweede snede -.

O, ik ben samoerai.
Naar dit uur heb ik toegeleefd.

SPRINKHAAN

(Bij een houtsnede van Escher)

Ik lig terneer in een crypt, dood,
nog vervlakter dan horizontaal,
met wijn en brood,
gist voor een laatst' avondmaal.

Slapende zou ik mij kunnen warmen
aan weleer, - ik was een groot heer -,
ware het niet dat ik hier
word benaderd door een dier.

Het scheert over mij heen,
veegt uit mijn hart bloed en naam,
zetelt vertrouwelijk
op mijn nu ouwelijk bruidegomsdeel.

Het rituaal van het boze kontakt start.
O, ik paar met een bidsprinkhaan.

FAUN

Ik ben een faun
in 't diepst van mijn verlangen.

Eén keer te paren met een vrouw
van vlees en bloed
is waar het mij om gaat:
't Bokscelibaat maakt mij maar down
en hangerig.

Staart, vacht en poten til ik in
de broek en jas van een charmeur.
Een after-shavegeur hult mij in een heer-lijk waas.
U kunt mij Maurits noemen.

En nu mevrouw ...
begeef ik me naar jou.
Ik voel je ziel al warmer worden.

- Omdat ik lang voordien
je in 't geheim beviel? -

Je ademhaling wordt,
zodra we oog in oog staan,
als een actinide* instabiel.

* radioaktief element

Bijslaap

VOORTIJD II

Ooit, in de bijslaap, verschierp ik
je voelspriet en meeldraad:
De raadsel organen waardoor we al parende
zelf verkinderden. Liefste, we waren
uniek.

Maar.. nu je slaapt met je hoofd van me af,
word ik oud. Ik neem wraak,
knip het mooiste en liefste orgaan van je af.

We zijn ziek; hinderen elkaar uit alle macht,
radeloos, redeloos, blind van verdriet.
In ons schuimt pauzeloos erotiek.

VOORTIJD III

Gewichtloos, in het Witland van eertijds,
vielen we samen, overmand
door slaap en één van hart.
Maar door een kleinigheid,
ik weet niet wat,
begonnen we als razenden te draaien,
oog om oog en tand om tand.
Hoe vrees ik nu de tol die we betalen.

Ik knipte het volmaaktheidsvlies
uit je intiemste delen.
En spande het als vel
om 't raamwerk van een reuzentrom
en trommelde daarop een vers per dag.
Ik riep je om te paren.

Toen groef ik, levende uit alle macht,
me niettemin een donker graf. En legde me daar in,
tenslotte dood door een behoefte aan de strengste straf.

Androgyn
Androgyn

STANDBEELD

Versteend in net die handeling
waarmee ik je heb overmand,
heeft weer en wind ons transparant gemaakt.

We zijn een paar, tot beeld verstand. Het is te zien hoe je organen branden onder mijn glazen huid en haar.

 

TREURLIED

Na jaren weet ik je begraven
in wat ik door de tijd vergeet.

En dat we duizelend paarden
onder een hoek van 1000 graden
geloof ik achteraf niet meer.

De spanning in de lucht
was toen als nu
1 atmosfeer.

Nu al gelukt het niet
je en profile te tekenen.
Je ledematen twijgen weg
tot strepen,
zielloos, ongepassioneerd.

Ik droom je aan de keerzij van de wereld
tot een kegel, leeggesneden,
met een lege buik.

Het juicht me - zonder partner - op tot teelt.
In laatste teling - deze treurzang - dwing ik je
een laatste tel tot leven, -
waarna ik je vergeet.

ANDROGYN I

Hardnekkig zoekend naar contact met jou
word ik, uiteindelijk bij jou,
als man zachtvochtig als een vrouw.

Jij slaat, als vrouw jezelf vermannend, plots
je haar en armen om mijn tors. Ik voel
hoe zich daardoor mijn rug herschoudert
en verbladt. Je har(d)t je in mijn borst,
maar zonder in het bloed de overhand te nemen.

Je benen staan in die van mij geplant:
We dwalen van vandaag af
geen seconde van elkander af.

Wanneer we van elkaar het fijne willen weten
voelen we elkaar niet langer aan de tand:
Ons inzicht in de ander werd constant.

ANDROGYN II

Bij 't wisselen van de laatste kus
heb jij je in mij afgedrukt,
doordringender dan oog in oog,
totaler nog dan rug aan rug,
intiemer dan een engel bukt.

Dwars door mijn lippen neus en blik
gloeit jouw gezicht. Je borsten staan
op mijn borst stipt. Gewricht
schroeft in gewricht. De paring lukt.

Ik voel hoe zonder roes en lust
je bloed in mijn bloed groept,
vermenging zoekt. We zijn ons van
elkaar als stroom door draad bewust.

ANDROGYN III

Als grint op grond gestort,
zo zijn we op elkaar gevallen.
Maar hoe en waar is ons
uiteindelijk ontvallen.

We zijn na een kwartaal van 't sterrenjaar
misschien nog steeds een paar,
maar androgyn,
volledig van elkaar doordrongen.

Iets echter rest ons uit voorheen:
We graven alsmaar het verleden op,
en vinden in 't Illusium,
halfweg 't Spermatozoïcum,
twee mummies, naakt,
door hartstocht overmand.

We staan
verbijsterd aan de kant.
Zo zat dat dus, zo onverkort;
zo zijn we op elkaar gevallen,
als grint op grond gestort.

SOPRAAN-TENOR

Hoor! Onze stemmen paren zich sonoor,
- sopraan, tenoor -,
als hadden we elkaar
na 't slepend, uitgebreid recitatief
in dit duet lichamelijk lief.

Dit lied zal automatisch verdergaan,
zodra het met ons zingen is gedaan,
een halve toon verlaagd misschien
om dieper in te dringen in de ziel.

Hoor! Onze stemmen paren zich als maan en zon,
- mezzosopraan, basbariton -

TEKST

Ik taal naar tekst, ertssterk
en zo geweldig ritueel
dat zij je ogen, neus en mond verbeeldt,
je tors herschept,
je ledematen uit den doden wekt.

Ik vind een naam voor jou alleen
en sla die als een mantel om je heen.

Je staat me voor de geest,
van top tot teen.

Eén kleine, kleine stap nog maar,
dan zijn we weer een paar,
een paar in één, in mij alleen.

Spiegel

SPIEGEL

Gezeten voor de spiegel valt
mijn beeld me op als iets
dat tegen zit:

Beslist, ik ben het;
maar niet zelf, niet stipt.

Het zit hem in het licht.
Vuur knispert
tussen mij en ik.

Ik merk: Ik ga gebrandmerkt met
mijn eigen aangezicht.

Ik kniel,
en ga gebukt
onder mijn eigen overwicht.

[...] Einde voorbeeldpagina's [...]