Stichting Warmtegroep

Stichting Warmtegroep is een groep die tot doel heeft een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van een alternatieve energietechniek, zowel theoretisch-natuurkundig (wat vooral de afgelopen jaren werd nagestreefd), als praktisch/technisch (wat de komende jaren zal worden nagestreefd).

Warmtegroep

De groep is opgericht in 1984 en heeft sinds 1991 de stichtingsvorm. De kerngroep komt maandelijks bijeen.

Er is de laatste decennia een steeds toenemende belangstelling kenbaar voor de ontwikkeling van een alternatieve energietechniek. De meeste bijdragen die hieromtrent geleverd worden vallen uiteen in enerzijds windmolen-, zonne- en witte steenkoolenergie en anderzijds elektrostatische converters. Vooral de uitvinders in deze laatste categorie zoeken uitbreiding van de gangbare natuurkunde en techniek in de richting van de "ether", en wat zij noemen "vrije energie".

De leden van de Warmtegroep volgen de verrichtingen van deze uitvinders met belangstelling, en zijn ook in dit kader in de loop van de jaren af en toe naar buiten getreden met voordrachten.

Munin Nederlander hield twee voordrachten op twee van de jaarlijkse NET-congressen te Rotterdam, georganiseerd door de Stichting Cosmische Energie, en twee voordrachten in de Verenigde Staten van Amerika, in 1987 en in 1990, op het eerste en derde "International Keely Symposium".

Strader Machine Strader Eerste Bijzetapparaat

Strader Machine

Strader Eerste Bijzetapparaat

Voor een meer esoterisch georiënteerd gehoor hield Munin Nederlander twee voordrachten in Schiedam, ten huize van de "Stichting Mikaal", in 1991 en 1992. Twee leden van de stichting bezochten ook het congres te Hamburg van de "Deutsche Verein für Schwerkraft-Feldenergie" in 1985, waar een tiental "elektro converters" tentoongesteld werd, onder andere van Professor Tewari uit India. In 1989 bezocht ondergetekende het eerste SAFE Congres te Einsiedeln, Zwitserland (SAFE: Schweizerische Arbeitsgemeinschaft für Freie Energie).

De Warmtegroep laat de ontwikkeling van een "vrije energietechnologie" op basis van elektromagnetisme en elektrostatica echter graag over aan de vele op dit terrein zeer kundige onderzoekers en uitvinders, zoals P. Baumann, Dr. Nieper, Prof. Marinov, Prof. Laithwaite, Dr. Tewari en andere, nieuwe electrotechnici.

Strader Tweede Bijzetapparaat Strader Derde Bijzetapparaat

Strader Tweede Bijzetapparaat

Strader Derde Bijzetapparaat

De leden van de Warmtegroep zoeken in de eerste plaats een "vrije energietechnologie" te ontwikkelen op basis van een uitbreiding van de Natuurkunde in de richting van de ether, en op basis van bestudering en harmonisering van bepaalde door de natuur en de kosmos aangereikte ritmeprocessen. Een dergelijke natuurkunde moet zich baseren op de geesteswetenschap. Deze wetenschap erkent de ether als natuurkundig fenomeen. Vooral de informatie van Rudolf Steiner hierover vormt een uitgangspunt voor de Warmtegroep. In het centrum van Steiners uitspraken over de (toekomstige) ethertechniek staan de zogenaamde "Strader apparaten".

Warmtegroep

Men kan gerust stellen dat — bijna 90 jaar na zijn introduktie — deze apparaten nog steeds een onopgelost raadsel zijn. Munin Nederlander heeft de oplossing van dit raadsel als één van zijn levenstaken beschouwd, en zijn jarenlange intensieve arbeid heeft geresulteerd in de publikatie Sheleg in 1992. Kennelijk stond dat jaar in het teken van de Strader-attributen en het "Technisch Occultisme", want de Anthroposophische werkgroep "Anthro-Tech" belegde in 1992 een eerste internationaal symposium over die onderwerpen in Zwitserland. Toen de datum voor dit symposium bekend werd, 25-26-27 september, besloot de Warmtegroep de publikatie van het werk van Munin Nederlander dan ook vóór die datum gereed te hebben, teneinde het te presenteren op deze unieke bijeenkomst, waar onderzoekers uit vele landen samenkwamen. Dat wil zeggen voor wat betreft het eerste van de twee delen van dat werk.

Oorspronkelijk was het de bedoeling dat het werk in september 1992 gereed zou zijn, maar door de plotselinge dood van de eerste echtgenote van Munin Nederlander kon dit niet (meer) gerealiseerd worden. Besloten werd toen om het werk in twee delen uit te geven.

Onder andere in zijn derde natuurwetenschappelijke kursus (GA 323) wijst Rudolf Steiner erop dat de zogenaamde "specialismen" in het natuurwetenschappelijk onderzoek hun langste tijd hebben gehad. De natuurkunde zal steeds meer "interdisciplinair" en "multidisciplinair" (moeten) worden.

Het onderhavige werk van Munin Nederlander is geheel hiermee in overeenstemming. De auteur werpt licht op een van de "Strader-apparaten" door dat apparaat te duiden als de inverse van Rudolf Steiners zogeheten Zevende Zegelbeeld. In het nog te verschijnen volgende deel, behandelt Nederlander de overige drie "Strader-apparaten" op soortgelijke wijze. Met één en ander blijken deelstudies annex uit onder meer de mathematiek, de Griekse Gematria en de kalenderkunde.

Wim Leys Den Haag, 24 augustus 1992. (Deel van het voorwoord uit de publicatie Sheleg)