Indien u vragen of reacties hebt over deze website, dan kunt u via onderstaand
formulier contact opnemen met de vrienden van Imagilogos. U ontvangt zo spoedig
mogelijk een reactie op uw vraag of bericht.
Aan alles kleeft na Pinksteren een heerlijk luchtje: amberreukwerk uit een pneuma-psychisch toekomststoma: puur Alètheia, Alóha; puur het nieuwe Christus — amor — graalaroma, waar je niet omheen kunt.
Je moet er echter wel meer dan een neus voor (willen) hebben om die atmosfeer correct te duiden. Heb je die niet dan is dit alles onzin, — grenzeloze bakerpraat van een moderne rebbe.
Het is waar, in het Zuiden ben ik met de noorderzon vertrokken. En daarna heb ik lang in het Oosten buiten westen gelegen. Maar wie weet daar nog van?
Hier echter, op het kruispunt van deze regels, nog zonder veel richting aan wie ook of wat ook te geven (slechts zweem van verplichting), kom ik mijzelf tegen. Ter stichting. Lang zal ik leven!
Zodra wij Hem missen, zien wij Hem beslist. Hij wenkt ons en komt ons — verdwaald na een feest, dat niet betaamt — iets tegemoet. Hij roept: ‘Volg Mij. Ik ben je Gids. Je bent echter vrij om te gaan waar je wilt. Je moet niets. Jij beslist.’
Paasmorgen wekt een koele, witte wereld. Christus komt eraan. Wij voelen Zijn Kristallichaam stralen, buiten ons, ín ons. De Heer is waarlijk opgestaan!
Nadat het Woord te Zijner tijd tot vlees werd, wordt het nu, te mijner tijd, weer woord, een Pinksterspraakproces, waarmee wat scheef liep, letterlijk wordt rechtgezet.
Ik spreek mij uit in proza dat indringender dan door verloop van tijd, de toekomst schept; in poëzie subrosa die na era’s maya vanuit diepe slaap en droom de ware wereld wekt.
Het huwelijksaltaar huilt en bloedt als een echt paar zich van elkaar ontdoet. De kinderen die hen samenbrachten, als hun uitverkoren wachters, hopend op voldoende aandacht en de juiste voeding, moeten op de maan maar zien te overnachten.
Ik was Hem eventjes voorgoed vergeten. Maar... nog geen eeuwigheid na die tel zag ik Hem alweer snel uit de verte naar mij toekomen, wenkend en betoverend, als van oudsher in mij gelovend.
Vuur knisperde. De wind kwam van gisteren. Wolken en wateren rolden terug, bleven stilstaan. Geur verschoot klinkend van kleur. Ik kwam mijzelf te boven, krachtiger dan als er iets zou zijn gebeurd.
De kwadratuur van de cirkel die nooit iemand lukte — wat God al bewees — verrukt ondeskundigen zo tevergeefs dat ze als boeren uit alles wat rond is de wortel gaan trekken. Wat dus geen bloei en geen vrucht geeft. Meer valt er niet van te zeggen.
Here, zegen deze spijzen graalsgewijze. Dring daaruit de démon van te hoge prijzen ons berekend waar we het goedkope fastfoodweigeren.
Heilig en vervul ze hap voor hap met levenskracht. Dán zal ons de kost bekomen: Dán ontwaken we uit al diedromen van vandaag de dag die onzin zijn en feitelijk nooit uitkomen.
Terug uit het hiernámaals, en tot mijzelf gekomen, in het hiernúmaals, sta ik met één been al startklaar in het hiervóórmaals. — Als toen! — Om het van meet af aan beter te doen.
Zijn ogen kijken scheel naar binnen, alsof hij moeitelozer mediteert in ’t geestenrijk achter de zinnen dan Tibetaan, Mongool of Indiër. Hij schijnt een ieder te beminnen.